De uitdaging achter het drijven.

Sinds een aantal weken ben ik gestart met een nieuwe lesgroep. Heerlijk vind ik dat altijd. Tijdens de eerste lessen is iedereen nog wat verlegen, maar na een paar weken leer je de karakters al snel kennen.

Waar de één van hot naar her door het water spat en springt, doet de ander het liever nog even rustig aan. Waar de één het liefst de hele les met zijn hoofd onder water zit, durft de ander heel knap net een paar bubbeltjes te blazen. De verschillen binnen een groep kunnen enorm zijn. Voor ons als zweminstructeurs betekent dat hard werken, want iedereen moet oefeningen krijgen die passen bij zijn of haar niveau én uitdaging. Veel differentiëren dus.

Dit keer zit er wel een heel bijzonder gevalletje tussen.
Zolang de kant binnen handbereik is, of hij iets vertrouwds vast kan houden, gaat het eigenlijk best goed. Dan beweegt hij zelfstandig door het water op zijn eigen manier. Geen druk erop, want dat werkt in dit geval averechts. Dan besluit hij namelijk uitgebreid te testen hoe goed zijn stembanden functioneren. Rustig aan dus. Hij bepaalt zijn eigen tempo.

Met zijn handen aan de kant gaat hij gewoon liggen, spettert hij fanatiek met zijn benen en doet hij zelfs zijn hoofd onder water. Super knap. Maar zodra die veiligheid wegvalt, is liggen geen optie meer. Niet op de buik en al helemaal niet op de rug. Mijn hulp accepteert hij ook nog niet, hoe sterk mijn spierballen ook zijn.

Nu kun je denken: leg hem gewoon neer, hij went er vanzelf aan. Maar iets in mij zegt dat dit niet de juiste weg is. Het voelt anders dan anders. Normaal krijg ik kinderen met een grapje of een praatje wel ontspannen in het water, maar bij hem lukt dat echt niet.

Wat voor ons heel normaal is, je laten dragen door het water, voelt voor hem misschien alsof hij alle controle verliest. Alsof zijn houvast ineens wegvalt. Geen idee of een kind van vijf dat bewust zo ervaart, maar zo voelt het wel als ik naar hem kijk.

Op zijn eigen manier door het water bewegen? Geen probleem. Dan bepaalt hij zelf waar hij heen gaat, kan hij om zich heen kijken en houdt hij de regie. Maar zodra de drijfoefeningen beginnen, die juist zo belangrijk zijn voor het verdere zwemproces, loopt hij vast.

Dus zal ik moeten ontdekken hoe ik ervoor kan zorgen dat hij tóch die controle blijft voelen tijdens het drijven. Of achterhalen waar die angst precies vandaan komt. Want zonder een goede ligging wordt zwemmen ontzettend zwaar. Je blijft dan continu tegen het water vechten in plaats van ermee samen te werken.

Gelukkig houd ik wel van een uitdaging.
Ik kijk nu al uit naar de volgende les. Om uit te zoeken hoe ik door deze muur heen ga komen. En al moet ik daarvoor ieder steentje één voor één verwijderen… uiteindelijk gaat het lukken.