24 dec Een klop op de deur op kerstavond
Het is woensdag 24 december, 08.55 uur.
Ik heb vrij vandaag.
Als mijn telefoon gaat en ik zie wie er belt, weet ik meteen: dit is niet zomaar. Deze collega belt me niet op mijn vrije dag. Dus neem ik op.
Hij vertelt dat een dochter van een vaste gast van ons, laat ik haar Riet noemen, ongerust heeft gebeld. Haar moeder is al ruim in de tachtig en komt al jaren elke ochtend trouw haar baantjes zwemmen. Vandaag is ze niet geweest. Dat is vreemd. Heel vreemd.
Normaal belt Riet elke ochtend én elke avond even met haar dochter, die ver weg woont. Gisteravond en vanochtend bleef het stil.
Ook bij mijn collega gaan de alarmbellen af. Hij weet dat ik bij Riet in de straat woon en vraagt of ik even wil gaan kijken
Ik sta nog uit te dampen van het sporten, maar douchen voelt ineens als tijdverspilling. Ik trek mijn winterjas aan over mijn sportkleding en loop, met een knoop in mijn maag, naar de overkant van de straat. Snel vraag ik nog op welk huisnummer ze woont.
Daar aangekomen klop ik hard op de ramen van de voordeur en de woonkamer. Geen reactie. Wachten duurt op dat moment veel te lang.
Dan gaat de deur open. Opluchting… die meteen omslaat.
Het is niet Riet, maar de buurvrouw. Verkeerd nummer.
Ik verontschuldig me en leg uit waarom ik zo onrustig klopte. Ook zij schrikt en blijft buiten staan.
We kijken samen naar het huis ernaast.
Ik klop opnieuw. Op de deur. Op het raam.
Ik buk en kijk onder het rolscherm door de woonkamer in. Niets.
Mijn hartslag tikt met elke seconde een slag hoger.
“Misschien ligt ze boven,” zegt de buurvrouw.
Ik kijk omhoog. En dan… gaat er een raam open.
Riet verschijnt in haar pyjama.
Het eerste wat we zeggen is tegelijk: gelukkig, je leeft nog!
Haar reactie: “Wie maakt mij met al dat lawaai wakker?”
Als ik haar uitleg wat er aan de hand is, herkent ze me meteen.
“Oh sorry,” zegt ze rustig. “Ik heb gisteren twee insulten achter elkaar gehad. Ik was zo moe dat ik meteen naar bed ben gegaan. Ik heb de hele nacht geslapen.”
Ik vraag haar om haar dochter te bellen dat alles goed is. Dat doet ze. Opgelucht lopen we weer terug naar huis. Onderweg bel ik nog mijn collega. Ook hij kan weer ademhalen.
Ik wilde deze week eigenlijk geen column schrijven. Maar dit verhaal, op de ochtend van kerstavond, móést gedeeld worden.
Het gaat over verbinding. Over betrokkenheid. Over omzien naar elkaar, soms zonder dat je het weet.
Juist in een wereld waarin zoveel mis lijkt te gaan, zijn dit de momenten die laten zien dat we er nog steeds voor elkaar zijn.
Laten we dat vooral niet vergeten. Zeker niet in deze dagen.
Wij wensen iedereen hele warme, liefdevolle kerstdagen toe. ❤️
