13 jan CSI, de Spettervallei
In De Spettervallei weten we inmiddels één ding zeker:
als er iets kapotgaat, begint het echte werk pas daarna.
Neem opruimen. Moet er iets opgeruimd worden? Dan lijkt het personeel collectief in rook op te gaan. Maar als iets juist níét opgeruimd hoeft te worden, is het de volgende dag verdwenen.
Mysterieus. Onverklaarbaar. Bijna bovennatuurlijk.
Maar het absolute hoogtepunt van deze week was… de strip. Op maandagochtend lag hij daar.
Op kantoor. Zonder uitleg. Zonder briefje. Zonder naam. Gewoon… een strip.
En zo begon het onderzoek.
Met een denkbeeldig vergrootglas liepen we door het zwembad.
Elke deurpost werd bekeken.
Elke bank in de kleedlokalen geïnspecteerd.
“Hier zat er ooit één,” fluisterde iemand, terwijl er zorgvuldig werd gewezen.
De strip werd veiliggesteld.
Er werd gespeculeerd:
– Is hij losgetrild?
– Is hij gevallen?
– Heeft iemand hem verplaatst… of heeft hij zichzelf verplaatst?
Met een kwast (oké, denkbeeldig) werden de vingerafdrukken veiliggesteld.
Want wie had deze strip allemaal in handen gehad?
En waarom wist niemand van iets?
Het spoor leidde naar het weekend.
Parttimers. School. Onbereikbaar.
De perfecte misdaad.
Uiteindelijk bleek het allemaal vrij onschuldig: de schroefjes waren losgetrild. Geen sabotage. Geen schuldigen. Maar wel een zoektocht die meer tijd kostte dan de reparatie zelf.
Daarom is er nu een nieuwe regel in De Spettervallei:
Gaat er iets kapot of los?
👉 Leg er een briefje bij.
👉 Met waar het vandaan komt.
👉 En wie het gevonden heeft.
Zodat wij geen CSI-team meer hoeven te vormen. Al moet gezegd worden… het detectivewerk heeft ook wel iets.
Want soms ligt er nog steeds iets op kantoor.
Zonder briefje.
Zonder uitleg.
En dan trekken wij ons jasje weer aan, pakken het vergrootglas en zeggen:
“Collega’s… we hebben weer een zaak.”