Als alles een spijker lijkt

“If the only tool you have is a hammer, you tend to see every problem as a nail.”
Een uitspraak van Maslow (psycholoog en filosoof) die al decennia oud is, maar die verrassend actueel blijft. Zeker als ik hem leg naast de wereld van de zwemles.

In de kern zegt deze metafoor iets heel eenvoudigs: als je maar één manier kent om iets aan te pakken, ga je vanzelf alles door diezelfde bril bekijken. Elk probleem wordt hetzelfde probleem. Elke oplossing dezelfde oplossing. Handig misschien, maar zelden effectief.

En precies daar raakt deze gedachte aan iets wat we binnen de zwemles allemaal herkennen.

Geen enkel kind is hetzelfde. Toch betrap ik mezelf er soms op hoe verleidelijk het is om te denken in gemiddelden. In vaste stappen. In een vaste methode die “bij de meeste kinderen werkt”. Want ja, structuur is belangrijk. Veiligheid ook. En duidelijkheid zeker. Maar zodra we vergeten dat een kind méér is dan een onderdeel van een groep, gaan we onbedoeld hameren waar misschien helemaal geen spijker zit.

Het ene kind springt zonder nadenken het water in en leert door te dóen. Het andere kind staat eerst drie lessen aan de kant te observeren voordat het überhaupt durft te springen. Weer een ander kind begrijpt precies wat je uitlegt, maar heeft tijd nodig om het lijf te laten volgen. En sommigen hebben vooral vertrouwen nodig: in zichzelf, in het water, in de instructeur.

Als we al die kinderen met exact dezelfde aanpak benaderen, missen we kansen. Dan zien we misschien gedrag als “niet willen” terwijl het eigenlijk “nog niet durven” is. Of “onhandig” terwijl het lichaam simpelweg een andere route nodig heeft om te leren.
Daarom geloof ik zo sterk in differentiatie binnen de zwemles. Niet als modewoord, maar als houding. Kijken. Luisteren. Bijstellen. Soms loslaten wat voor ons logisch voelt, om aan te sluiten bij wat een kind nodig heeft. Dat vraagt meer gereedschap dan alleen die ene hamer.

Voor ouders is dat misschien niet altijd zichtbaar. Aan de buitenkant lijkt een les vaak goed georganiseerd met speelse oefeningen en herkenbare zwemvaardigheden. Maar achter die structuur zit voortdurend afstemmen. Vanuit meerdere kanten kijken we naar een kind: motorisch, sociaal, emotioneel. Niet om te labelen, maar om te begrijpen. En om de ontwikkeling van het kind als uitgangspunt te nemen.

Want uiteindelijk is zwemles geen lopende band. Het is begeleiding. En begeleiding vraagt maatwerk.

Misschien is dat wel de belangrijkste les die Maslow ons, onbedoeld, heeft meegegeven: durf je gereedschapskist te blijven uitbreiden. Zeker als het om kinderen gaat. Want wie blijft hameren, hoort vooral lawaai. Maar wie leert variëren, ziet groei.