03 feb Banen zwemmen
Maandag lag ik tijdens het banen zwemmen, ik doe dit drie keer per week, na te denken waar mijn column van deze week over moest gaan. Eigenlijk vond ik het wel grappig dat mijn gedachten tijdens het zwemmen daar dan naartoe gaan. En toen dacht ik: hé, misschien is dat wel precies het onderwerp van deze week.
Wat kom ik eigenlijk allemaal tegen tijdens het banen zwemmen?
Om te beginnen: ik heb niet altijd zin om te gaan zwemmen.
Geen zin? Jij? Hoe dan?
Ja, echt. Ik ben ook maar gewoon een mens. Iemand die niet altijd behoefte heeft om zich moe te maken in het water. Ik sport en beweeg ook genoeg buiten het zwembad, dus nee, ik spring niet élke keer vol enthousiasme het bad in.
Maar… ik weet wél wat het me oplevert na die 1.600 meter die ik drie keer per week zwem. En als ik mezelf daaraan herinner, spring ik toch weer met liefde het water in. Want het gevoel na het zwemmen is heerlijk. Ik heb mijn spieren gebruikt, mijn hart flink laten werken en weer een hoop calorieën verbrand. En daar doe ik het uiteindelijk voor.
Het tellen van mijn banen
Ja, ik heb een horloge dat mijn banen telt. Maar eerlijk is eerlijk: dat horloge wil aan het einde van de training ook nog wel eens één, twee of drie banen afwijken.
Wanneer ik 400 meter inzwem, moet ik acht keer op en neer. Mijn voorkeur ligt dan bij starten met het cijfer acht. Terugtellen werkt voor mij mentaal beter dan optellen.
Om de tel niet kwijt te raken, ga ik soms rijmen op de cijfers. Acht en zeven lukken meestal nog wel. Bij zes worden het vaak twee banen: zes, les, ges, bes, mes, des. Soms vorm ik er zelfs zinnen van op het ritme van mijn slag: zes, blijf bij de les, snij met een mes. Alles om maar te onthouden waar ik ben.
En o ja, vaste regel: als ik écht niet meer weet welk cijfer het was, zwem ik gewoon een baantje extra. Voor de zekerheid.😉
Op en neer zwemmen is saai
Dat hoor ik vaak. En eerlijk: als je een half uur lang met dezelfde slag op en neer zwemt, kan dat inderdaad saai worden. De oplossing is simpel: variatie.
Zwem eens met verschillende slagen. Of speel met afstanden:
300 meter – 50 meter – 200 meter – 50 meter – 100 meter.
Voor je het weet heb je 700 meter gezwommen en voelt het minder lang dan één keer 700 meter achter elkaar.
Ook hulpmiddelen zorgen voor afwisseling: zoomers (kleine zwemvliezen), een plankje voor alleen benen, of een pull buoy tussen je benen zodat je alleen met je armen zwemt. Daarnaast kun je focussen op techniek: een baan extra letten op uitstrekken, een baan met snelle beenslag, ademen na twee, vier of zes slagen.
Geloof me: vervelen is dan echt geen optie meer.
Zo zie je maar, mijn column is toch weer mooi gevuld geraakt tijdens het zwemmen. Hopelijk helpt het jullie ook weer om met meer plezier die banen te gaan zwemmen. En wil je dat nu liever niet alleen doen? Dan kun je groepsgewijs meedoen met onze trimzwem- of borstcrawlgroepen.